Het meetpunt in de composthoop
De sensor doet één ding: de temperatuur meten. Dat moet hij jaar na jaar kunnen, telkens in een nieuwe composthoop of compostril, en die is warm, vochtig en chemisch actief.
Een stalen staaf van zeventig centimeter
De sensor is een staaf van roestvast staal, 70 centimeter lang. Het meetelement zit in de punt. Die punt gaat de composthoop in, en daar wordt gemeten. Roestvast staal omdat een composthoop nat is en zuur kan worden, en omdat de staaf een omzetseizoen moet overleven.
Er loopt geen kabel naartoe. De sensor werkt op een batterij en stuurt zijn metingen draadloos door. Bij de composthoop hoeft dus geen stroom te liggen.
De gegevens op een rij
- Materiaal
- Roestvast staal
- Lengte
- 70 centimeter
- Meetpunt
- In de punt van de staaf
- Meetbereik
- 0 tot 125 °C
- Nauwkeurigheid
- ± 0,1 °C
- Voeding
- Batterij. Geen kabel en geen stroomvoorziening bij de composthoop
- Verbinding
- Draadloos naar de CompoSense app
- Meetfrequentie
- Elk kwartier een meting, dus vier meetpunten per uur
Wat dat in de praktijk betekent
Vier metingen per uur is genoeg om een stijging te zien terwijl hij gebeurt. Een composthoop die oploopt, doet dat over uren, niet over minuten. Loop je één keer per dag met een steekthermometer langs, dan zie je alleen waar hij op dat moment staat. Met een meetpunt per kwartier zie je de lijn, en dus welke kant het op gaat.
Het meetelement zit in de punt, dus er wordt op één plek gemeten: precies daar waar de punt zit. Hoe diep dat is, bepaal je met hoe ver je de staaf de composthoop in zet. Composthoop of compostril, dat maakt voor de sensor niet uit: hij meet waar jij hem zet.
Vragen over de sensor?
Stuur een mail, dan krijg je een antwoord van iemand die hem zelf heeft gebouwd.